
Goed onderwijs in een context van ontkende complexiteit, besturen vanuit de bedoeling, anders kijken naar leeropbrengst.
Marten is de afgelopen 10 jaar bestuurder geweest van Spaarnesant, 25 scholen voor primair en speciaal onderwijs in Haarlem. Bij Spaarnesant is op initiatief van Marten in tien jaar de beweging gemaakt naar besturen vanuit “de bedoeling”. Dat is natuurlijk nooit af, maar er zijn wel grote stappen gezet, op het gebied van kwaliteit, van leiderschap en van governance.
Marten is zeer betrokken bij Leve het onderwijs! Hij was een van de drijvende krachten achter het initiatief om op een aantal scholen de ouders de keuze te laten hun kind al dan niet deel te laten nemen aan de doorstroomtoets. Dat leidde tot een heftige reactie van de inspectie en de staatssecretaris, waar overigens het laatste woord nog niet over gezegd is.
Marten is al jaren pleitbezorger van een andere manier van toetsen en beoordelen in het onderwijs, omdat hij vindt dat de “CITO-methode” veel te dominant geworden is en op heel veel terreinen ook veel te beperkt.
Van huis uit is hij taalkundige en ooit in het onderwijs begonnen als leraar Nederlands. Zijn stelling is dat het taalonderwijs in Nederland enorm te lijden heeft onder de toetscultuur die wij met elkaar in stand houden. Zie voor meer achtergrond zijn site: www.martenelkerbout.nl.
Marten is beschikbaar als spreker en moderator van een gesprek over thema’s die samenhangen met het bovenstaande. Hij kan uit de voeten met raden van toezicht, bestuurders, directeuren en schoolteams. De ervaring en de inzichten die hij heeft opgedaan in de afgelopen jaren deelt hij graag en zijn optreden wordt als inspirerend ervaren.
Er zijn twee workshops die hij ook kan aanbieden.
Anders kijken naar leerresultaten
Het is wel duidelijk dat de mogelijkheden om met gestandaardiseerde toetsen echt zicht te krijgen op de leerresultaten op het gebied van taal en rekenen heel beperkt zijn. Met name de validiteit van de meting van referentieniveaus, waar veel scholen helaas blind op vertrouwen, is problematisch. Dat probleem werkt ook door in het resultatenmodel van de inspectie, waar je niets aan hebt voor het beoordelen van onderwijskwaliteit.
Als we het anders willen staan we meteen voor een aantal belangrijke vragen:
Regie op je curriculum
In Nederland hebben we de samenhang binnen het curriculum opgegeven en versnipperd over verschillende partijen met verschillende belangen. Dat is heel gek en ook heel slecht voor het onderwijs. De drieslag “beoogd curriculum”, “uitgevoerd curriculum” en “gerealiseerd curriculum” zou niet alleen een grote samenhang moeten vertonen, maar ook beheerst moeten worden door schoolteams. Natuurlijk mag de overheid beoogde uitkomsten voorschrijven, maar daarna zou de professional aan zet moeten zijn.
In Nederland gaat dat anders: de SLO schrijft het beoogde curriculum op in opdracht van de politiek. Vervolgens zijn er onderwijsuitgevers (meestal gestuurd door private investeerders) die het beoogde curriculum gaan uitwerken in methodes, die helaas het noodzakelijke denkwerk van de professionals overnemen. Daarbij beogen ze zoveel mogelijk geld te verdienen: dat merk je aan de kosten van software, werkboeken etc. Niet omdat die materialen per se goed zijn voor leerlingen, maar omdat dat een geheide geldstroom oplevert. Tenslotte wordt het beoordelen van het gerealiseerde curriculum weer overgelaten aan (eveneens commerciële) toetsaanbieders die – op vrij onduidelijke wijze – worden gecontroleerd door het College voor Toetsen en Examens.
In deze workshop gaan we aan de hand van curriculumtheorie onderzoeken hoe we weer meer regie kunnen krijgen op ons onderwijs.