
Onderwijs is geen technische activiteit om kinderen te vormen tot nuttige producenten en consumenten. Volgens Martin praten we te veel over het ‘hoe’ van onderwijs en te weinig over ‘waarom’ en ‘waartoe?’. Onderwijs kan kinderen helpen om een betekenisvol bestaan te leiden. Dat kan alleen als de relatie tussen leraar en kind een menselijke relatie is en geen ‘klant/dienstverlener’-relatie. Of nog erger: een ‘arbeider/product’-relatie.
De noodzaak van betekenisvol onderwijs ontdekte Martin niet in zijn filosofieboeken maar in zijn dagelijks werk met kinderen die uitvallen op school. (Zie: ‘De thuiszittersklas. Van Gennep 2021). Die kinderen, eigenlijk alle kinderen, zijn gebaat bij een pedagogische relatie waarin beide partijen van elkaar leren, waarin het niet-weten krachtiger is dan het ‘betweten’, en waar het avontuur van menselijke ontwikkeling belangrijker is dan zekerheid.
Het mooie is dat we het niet eens hoeven worden over hoe we tot betekenisvol onderwijs komen. Scholen mogen hun eigen verhaal vertellen over wat een zinvol bestaan is en hoe je kinderen helpt om zelf betekenis aan hun leven te kunnen geven. Martin helpt scholen ‘op verhaal te komen’ (zie ‘Onderwijs op verhaal. Van Gennep nov. 2025), hoe je kunt leren van je leerlingen (zie ‘De onderhuidse leraar. Van Gennep 2023) en hoe een lerende leraar schooluitval kan helpen voorkomen.
Voordat Martin met thuiszitters en de preventie van schooluitval aan de slag ging werkte hij als beleidsmaker, manager, organisatieadviseur en docent. Juist door die achtergrond ontdekte hij dat voorkomen van schooluitval geen beleids- of organisatievraagstuk is maar een pedagogische uitdaging.
“Een lerende leraar is de enige weg naar duurzame onderwijsverbetering”